In de apotheek krijg je regelmatig te maken met cliënten die oogmedicatie gebruiken. Maar wat gebeurt er precies bij aandoeningen als glaucoom, staar en maculadegeneratie? En hoe zorg je ervoor dat een cliënt oogdruppels op de juiste manier en op het juiste moment gebruikt?
In deze cursus leer je hoe de belangrijkste oogaandoeningen ontstaan, welke klachten en risicofactoren daarbij horen en wanneer snelle verwijzing naar een arts nodig is. De nadruk ligt op glaucoom en de verschillende groepen oogdrukverlagende geneesmiddelen. Je ontdekt hoe deze middelen werken en welke bijwerkingen, interacties en aandachtspunten relevant zijn bij de begeleiding van cliënten.
Ook oefen je met praktische situaties uit de apotheek. Wat adviseer je bij een vergeten dosis? Hoe kun je systemische bijwerkingen van oogdruppels beperken? En welke informatie is belangrijk voor een goed uitgiftegesprek?
Na deze cursus kun je cliënten gerichter voorlichten, problemen bij het gebruik van oogmedicatie signaleren en bijdragen aan een veilige en effectieve behandeling.
