Overactieve blaas in de huisartspraktijk

Informatie

Plasklachten ten gevolge van een overactieve blaas (OAB) komen veel voor in de huisartspraktijk. Vaak wordt gedacht dat OAB is een aandoening van oudere vrouwen, maar het blijkt dat OAB op alle leeftijden voorkomt, evenveel bij mannen als vrouwen. Aangezien de NHG-Standaard Mictieklachten weinig aandacht schenkt aan deze diagnose, wordt OAB zelden in de huisartspraktijk vastgesteld of behandeld, terwijl OAB grote impact op de kwaliteit van leven kan hebben. Voor het stellen van de diagnose is een goede anamnese noodzakelijk. De pathosfysiologie van OAB is niet altijd bekend, maar uitsluiten van corpus alienum, ruimte-innemend proces of infectie is noodzakelijk. Daarvoor moet in de huisartspraktijk urineonderzoek gedaan worden. Indien deze afwijkend is, kan adequate behandeling van de infectie plaatsvinden of patiënt kan verwezen worden. Er bestaan verschillende behandelmethoden die in de eerste lijn kunnen plaatsvinden. De huisarts kan bijvoorbeeld adviseren, medicatie voorschrijven en eventueel zorgen voor bekkenfysiotherapie.

Als huisarts kunt u met deze cursus uw kennis en vaardigheden met betrekking tot OAB vergroten. Verder zult u meer kennis vergaren over de behandelmogelijkheden en daarmee een betere en efficiëntere behandeling van deze zeer hinderlijke klacht aan uw patiënten kunnen bieden.

Deze cursus bestaat uit een module en een eindtoets.

Preview

Leerdoelen

Na het volgen van deze cursus:

  • kunt u omschrijven wat onder een overactieve blaas verstaan wordt
  • kunt u de diagnose overactieve blaas (OAB) stellen
  • bent u in staat om de pathofysiologie van OAB te begrijpen en daarmee de verschillende oorzaken ook uit te sluiten/aan te tonen
  • bent u zich bewust van de mogelijke impact van OAB op de kwaliteit van het leven van de patiënten en daarmee de gevolgen voor het dagelijks leven
  • bent u in staat om objectieve instrumenten voor de diagnose en de mate van hinder voor de patiënten te gebruiken
  • kunt u gerichte adviezen aan patiënten geven
  • bent u bekend met de behandelmogelijkheden en kunt u eerstelijnstherapie toepassen
  • kunt u tijdig de patiënt naar bekkenfysiotherapie of de juiste specialist doorverwijzen

Docent

  • dr. Y. Reisman

    Cobi Reisman (1964) studeerde in 1995 cum laude af aan de faculteit geneeskunde van de Rijksuniversiteit Groningen. In 1998 promoveerde hij op onderzoek naar een Europese klinische database, een elektronisch diagnostische tool en objectieve medische beslissingen. Sinds 2002 is hij geregistreerd als uroloog en werkzaam in Ziekenhuis Amstelland te Amstelveen. Sinds 2011 is hij seksuoloog-NVVS. Daarnaast is hij voorzitter van het Nederlandse mannenkliniekennetwerk (mannenklinieken.nl). Hij werd in 2009, 2010, 2011 en 2012 verkozen tot Mednet Top-arts. Hij is actief lid van de Europese Vereniging voor Urologie (EAU), president-elect van de Europese vereniging voor seksuele geneeskunde (ESSM) en voorzitter van de Multidisciplinair Joint Committee on Sexual Medicine. In de jaren hiervoor vervulde hij vele bestuursfuncties, onder andere bij de onderwijscommissie van de ESSM, bij de Wetenschappelijke Vereniging voor seksuele disfuncties, de Nederlands-Vlaamse Federatie voor Seksuologie en de Nederlandse Vereniging voor Seksuologie. Hij is betrokken bij de ontwikkeling van onderwijsprogramma’s in seksuologie en urologie, gasthoogleraar aan de Fedrale Institute of Urologie in Moscaw en hoofdopleider seksuologie bij RINO Noord-Holland.

    Disclosure: 
    Voor de cursus OAB mogelijk relevante relaties met bedrijven: Lilly farma (spreker), Astellas (spreker), Menarini (onderzoek grant)