Cursusinformatie

Waarschuwingsbericht

De cursus loopt op 31 oktober 2019 af.

Geneesmiddelen en verkeersdeelname

Informatie: 

In deze cursus krijgt u een overzicht van de ontwikkelingen van de afgelopen 25 jaar op het gebied van geneesmiddelen met een effect op het reactievermogen en deelname aan het verkeer.
Bestuurders mogen nooit autorijden als ze daar redelijkerwijs niet goed toe in staat zijn. Niet met een been in het gips, een arm in mitella, oververmoeidheid of slecht zicht door een vette oogzalf. Ook niet als men merkt duf en onoplettend te zijn door een bijwerking van een geneesmiddel. 
De in 2008 in de Nederlandse apotheken geïntroduceerde categorisering van rijgevaarlijke geneesmiddelen is daarom vooral bedoeld voor die middelen waarbij de gebruiker vaak zélf niet doorheeft dat zijn rijvaardigheid beïnvloed is.
De voorlichting over deze geneesmiddelen vanuit de apotheek beperkte zich tot medio 2008 voornamelijk tot het plakken van de gele waarschuwingssticker. Daarnaast werd er in veel apotheken mondelinge informatie verstrekt en een eerste-uitgiftefolder meegegeven.

In de patiëntenbijsluiter van de geneesmiddelen werd soms alleen bij de bijwerkingen de eventuele beïnvloeding van het reactievermogen vermeld.

  • Hoewel uit een onderzoek van het NIVEL (Nederlands instituut voor onderzoek van de gezondheidszorg) in 2007 bleek dat meer dan 90% van de consumenten (gebruikers en niet-gebruikers) op de hoogte was van de invloed van geneesmiddelen in het verkeer, was dit toch geen reden de auto te laten staan. Ruim 84% van de gebruikers veranderde niets aan het rijgedrag, zo blijkt uit dit onderzoek van het NIVEL.


In 2016 is dit opnieuw onderzocht, nu door de Rijksuniversiteit Groningen. Ook toen gaf nog een groot deel (60 %) van de gebruikers van rijgevaarlijke middelen (categorie III) aan geen rekening te houden met medicatie wanneer zij auto willen rijden. De deelnemers die aangaven wel rekening te houden met hun medicatie doen dit voornamelijk door de medicatie in te nemen wanneer zij een tijd niet hoeven te rijden (32%), door niet te rijden (26%), of door de medicatie niet in te nemen wanneer zij achter het stuur moeten zitten (13%).
Deze cursus gaat nader in op de belangrijkste geneesmiddelgroepen met een invloed op de rijvaardigheid en de factoren die de rijgevaarlijkheid bepalen. Hiermee beschikt u over een handvat voor een goed advies aan de patiënt en eventueel aan de huisarts.

Deze cursus is geschikt gemaakt voor farmaceutisch consulenten, door C. Seeling, farmaceutisch consulent.

31 oktober 2019
Leerdoelen: 

Na afloop van deze cursus:

  • kent u de achtergrondinformatie over de factoren die de rijgevaarlijkheid bij de individuele patiënt bepalen
  • kent u in grote lijnen de belangrijkste wettelijke bepalingen over het geneesmiddelengebruik in het verkeer
  • bent u op de hoogte van de belangrijkste nieuwste onderzoeksresultaten en de ontwikkelingen van de afgelopen 25 jaar 
  • hebt u meer inzicht in de achtergronden en het nut van goede voorlichting door de apotheek over geneesmiddelen en rijvaardigheid
  • weet u welke naslagwerken en informatie u kunt raadplegen om de patiënt te adviseren over geneesmiddelen en verkeersdeelname 
  • beschikt u over handvatten waarmee u een goed en rijveilig advies aan de patiënt kunt onderbouwen
Auteur: 

E. Dik

Els Dik is apotheker en werkt als senior adviseur bij het Instituut voor Verantwoord Medicijngebruik IVM. Ze heeft jarenlang ervaring als trainer voor onder andere apothekers, apothekersassistenten en zorgmedewerkers. Ze ontwikkelde met collega's de website rijveiligmetmedicijnen.nl en beheert de daaraan verbonden helpdesk.

Reviewer: 

H. Wolschrijn

Hilka Wolschrijn heeft haar apothekersopleiding in Amsterdam gevolgd. In de jaren 1989 -1990 is zij actief geweest bij het project om geneesmiddelen te kunnen indelen naar hun effect op de rijvaardigheid. Sinds die tijd is zij meerdere malen bij verschillende projecten hierover betrokken geweest. Daarnaast werkt zij sinds 1987 vooral op het gebied van schriftelijke en mondelinge voorlichting over geneesmiddelen. Onder andere op de Universiteit Utrecht en later als zelfstandige bij Bruring&Wolschrijn.

 

 

Bel onze studieadviseurs
(030) 26 44 100

maandag 08:30–17:00
dinsdag 08:30–17:00
woensdag 08:30–17:00
donderdag 08:30–17:00
vrijdag 08:30–17:00