Huidkanker: verdachte huidafwijkingen herkennen en behandelen

Informatie

In deze cursus worden de meest voorkomende non-melanocytaire huidkankers (basaalcelcarcinoom, plaveiselcelcarcinoom) besproken in samenhang met relevante precursors en look-a-likes, zoals M. Bowen en actinische keratosen. Het doel is voornamelijk klinische herkenning en beleid; er zal niet diep worden ingegaan op epidemiologie, pathomechanisme of histologie.

Huidkanker treft 1 op de 5 mensen en 40% van hen krijgt een tweede of volgende tumor doordat grote delen van de huid dezelfde (overmatige) UV-blootstelling hebben gehad (field cancerisation). De sterfte en morbiditeit is laag, maar het volume (ca. 55.000 gevallen per jaar in Nederland) drukt zwaar op de (eerstelijns)gezondheidszorg. Actinische keratosen, potentiële voorlopers van plaveiselcelcarcinoom, komen voor bij meer dan 50% van de mannen boven de 70 jaar en 25% van de vrouwen. De behandeling hiervan is veelal lokaal met vloeibare stikstof of met een lokaal cytostaticum. Deze toepassing wordt uitgebreid besproken. De behandeling van huidkanker is overwegend chirurgisch en vindt meestal plaats in de tweede lijn. Nederland bestaat sinds 2017 een NHG-Standaard ‘Verdachte Huidafwijkingen’. Deze richtlijn wordt in deze cursus gevolgd.

Leerdoelen

Na het volgen van deze cursus kunt u:

  • de verschillende vormen van basaalcelcarcinoom opsommen
  • de verschillende vormen van basaalcelcarcinoom en vroege vormen hiervan herkennen of vermoeden
  • plaveiselcelcarcinoom herkennen of vermoeden
  • het moment herkennen waarop een biopt of verwijzing nodig is voor bevestiging of uitsluiting van de diagnose huidkanker
  • de risicofactoren voor het ontstaan van huidkanker beschrijven
  • ‘photo-aging’ bij een patiënt herkennen en weet u dat dit een blijvende risicofactor is bij alle vormen van huidkanker
  • actinische keratose en ‘field cancerisation’ herkennen
  • de verschillende behandelopties en de daarbij behorende indicaties noemen
  • de in de eerste lijn toepasbare behandelopties en de daarbij behorende instructie voor patiënten opsommen

Docent

  • prof. dr. W. Bergman

    Wilma Bergman werd opgeleid tot dermatoloog in het LUMC, ze rondde de opleiding af in 1986. In 1988 promoveerde zij met het proefschrift ‘The dysplastic naevus syndrome: clinical and fundamental aspects’. Sinds die tijd is zij werkzaam geweest in het LUMC, aanvankelijk als chef de policlinique, later als interim afdelingshoofd. Sinds 2001 was zij onderwijscoördinator dermatologie en gaf zij intensief onderwijs aan studenten en arts-assistenten in opleiding tot dermatoloog. Zij ontving drie keer een onderwijsprijs, waaronder in 2010 de Boerhaavepenning voor de meest innovatieve Boerhaavecursus van 2010, vanwege de toepassing van ‘blended learning’, waarbij presentaties, practica en e-modules elkaar afwisselen. Ook was zij betrokken bij de curriculumherziening van het LUMC in 2012 en heeft zij veel nieuw onderwijs gemaakt voor de bachelorfase, waaronder e-learningmodules.

    Disclosure: 
    Geen belangenconflict gemeld.
  • dr. R.E. Genders

    Roel Genders is opgeleid tot dermatoloog in het LUMC en werkt daar als staflid sinds 2013. Hij is tevens werkzaam in de Roosevelt Kliniek. In 2019 promoveerde hij met het proefschrift ‘Basic and clinical features of cutaneous squamous cell carcinoma in organ transplant recipients’. Zijn aandachtsgebieden zijn de dermato-oncologie en de dermatochirurgie. Over deze onderwerpen geeft hij ook regelmatig onderwijs aan studenten, arts-assistenten, medisch specialisten en huisartsen. Net als prof. dr. Wilma Bergman heeft hij een belangrijke bijdrage geleverd aan de curriculumherziening van het LUMC en heeft hij onderwijs gemaakt met als onderwerpen huidkanker en gepigmenteerde afwijkingen voor dit curriculum.

    Disclosure: 
    Geen belangenconflict gemeld.