Suïcidaliteit: signaleren en interveniëren

Informatie

Geslaagde suïcides zijn het spreekwoordelijke topje van de ijsberg: op jaarbasis zijn er honderdduizenden mensen die aan suïcide denken en tienduizenden die suïcidepogingen doen. Dit vraagt veelvuldig inzet van onder meer huisarts, SEH en crisisdienst GGZ. Inherent aan pogingen is onmiddellijke (lichamelijke) schade en direct lijden bij wie de pogingen doen, bij naasten en bij andere betrokkenen. Onderzoek wijst uit dat nagenoeg alle mensen die zich suïcideren of een poging daartoe doen, kort daarvoor hulpverleningscontacten hebben gehad. Zij hebben zich daarin niet altijd expliciet uitgesproken, maar ook blijkt dat hulpverleners (ook huisartsen) niet altijd doordringen tot de ernst van de situatie. Professionals kunnen huiverig zijn het thema aan te kaarten. Onderzoek toont juist een preventieve werking van directe communicatie over zelfdodingsoverwegingen. De patiënt waardeert de tegemoetkoming bij zijn aarzeling of schaamte.

In beide gevallen kan sprake zijn van inadequate zorg. In het eerste geval wordt de patiënt mogelijk niet over zijn schroom geholpen. Hij blijft zitten met zijn suïcidaliteit, wat zijn gevoel van uitzichtloosheid kan versterken. In het tweede geval kan onnodig een zwaardere vorm van zorg worden ingezet of een vorm van zorg die niet bij de patiënt aansluit (hij zou bijvoorbeeld liever bij de vertrouwde huisartsenpraktijk blijven). Gemeenschappelijk in beide gevallen is dat de huisarts de mogelijkheden binnen de huisartsenpraktijk en die van de patiënt zelf lijkt te onderschatten.

Deze cursus voegt kennis en vaardigheden toe, maar bovenal is er een appel op aanwezige kwaliteiten van huisartsen, juist om genoemde risico’s te vermijden. Het aanwenden van vakbekwaamheid, gezond verstand en zelfvertrouwen zal daartoe in hoge mate bijdragen. Wellicht is er vraag naar enig stoutmoedig gedrag: niet schromen te interveniëren.

Leerdoelen

Na het volgen van deze cursus:

  • kunt u signalen van suïcidaliteit herkennen en beschrijven
  • kunt u de ernst en de acuutheid van suïcidaliteit inschatten
  • kunt u handelingen formuleren die suïcidaliteit temperen
  • kunt u de veiligheid verhogende interventies noemen
  • kunt u bepalen wanneer samenwerking binnen en buiten de huisartsenpraktijk dient plaats te vinden
  • kunt u valkuilen en mythen omtrent suïcidepreventie noemen

Docent

  • P. van Hoek

    Paul van Hoek is opleider-trainer sociale psychiatrie met als speciaal aandachtspunt suïcidepreventie. Hij werkte tien jaar als sociaal psychiatrisch verpleegkundige in de crisisdienst van de RIAGG Nijmegen en was daarnaast methodiekdocent aan de Hogeschool Arnhem Nijmegen. Sinds 1999 is hij mede-eigenaar van Leijten & van Hoek. Dit bedrijf richt zich op advies en dienstverlening aan woningcorporaties in situaties waar psychiatrische problemen het wonen ontregelt. Sinds 2015 werkt hij parttime als POH-GGZ in een huisartsenpraktijk in Arnhem. Vanuit onderwijs en advieswerk groeide de behoefte om weer in de praktijk aan de slag te gaan. Voor psychiatrische problemen is zijn uitgangspunt: ‘Hoe normaler je doet tegen mensen met psychiatrische problemen, hoe normaler ze blijken te zijn.’ Voor suïcidepreventie promoot hij een zero suicide mindset. Paul van Hoek is met Frans Brinkman coauteur van ‘Eigenlijk zegt u dat u dood wilt?!’ en ‘Wat is gek?’

  • F. Brinkman

    Frans Brinkman volgde onder andere de opleidingen sociaal-psychichiatrisch verpleegkundige, VO Maatschappelijk en dienstverlening en de VO Opleiding, supervisie en deskundigheidsbevordering. Hij heeft ruim ervaring in uitvoerend werk in de maatschappelijke opvang en de ggz, waaronder bij een crisisdienst. Gaandeweg heeft hij zich meer toegelegd op docentschappen (hbo’s), werkontwikkeling (NIZW, thans Movisie) en freelance werken als cursusleider. Parallel werkte hij mee aan diverse publicaties, zoals ‘Crishulpverlening’ en publiceerde zelf onder andere ‘Individuele gespreksvoering’. Samen met Paul van Hoek schreef hij ‘Wat is gek? en ‘Eigenlijk zegt u dat u dood wilt?!’