Cursusinformatie

Depressie in het verpleeghuis

Informatie: 

Hoe vaak komt een depressie voor in het verpleeghuis? Onderzoeken suggereren dat een depressie voorkomt bij circa 15% van de bewoners, en nog eens 15% heeft een zogeheten minor depression. Het verschil tussen beide vormen van een stemmingsstoornis zal worden besproken, evenals het onderscheid met rouw en apathie.

Hoe kan men de diagnose in een verpleeghuis stellen, in de aanwezigheid van zovele somatische ziekten en beperkingen, is de volgende vraag die aan de orde komt. Welke somatische medicatie kan de stemming beïnvloeden? Welke aanvullend onderzoek is wenselijk om een somatische oorzaak uit te sluiten? Hoe diagnosticeer je een depressie bij patiënten met dementie?

Er zijn diverse meetinstrumenten beschikbaar, die ook in verpleeghuissetting zijn onderzocht op hun toegevoegde waarde. Wat is het nut van deze meetinstrumenten, en welk meetinstrument kies je dan?

Een depressie hoeft niet altijd behandeld te worden, dit hangt onder meer af van de ernst. Hoe bepaal je wanneer je wel moet gaan behandelen? En zo ja, welke behandeling is dan geïndiceerd? Antidepressiva worden vaak voorgeschreven, maar is dat altijd nodig? Werken antidepressiva ook bij dementie? Welke alternatieven zijn effectief bij verpleeghuisbewoners? En zijn effectieve behandelmogelijkheden, zoals psychotherapie en bewegingstherapie, wel mogelijk in het verpleeghuis?

Indien antidepressiva worden overwogen, wat zijn dan indicaties hiervoor? Zijn er voorkeursmiddelen, en welk onderzoek (ECG?) moet je voor het starten verrichten. Hoe bouw je de dosis op en hoe lang moet je wachten voordat je het effect kunt zien? Hoe meet je dit effect betrouwbaar en valide? Kan dat met dezelfde meetinstrumenten? Is het nuttig de spiegel te controleren, of andere controles te verrichten (orthostase)?. Wanneer kun je constateren dat een middel niet effectief is, en wat zijn dan de vervolgstappen? Indien een middel effectief is, hoe lang ga je er dan mee door? Al deze vragen komen in deze cursus aan bod.

Deze cursus bestaat uit twee modules en een eindtoets.

Preview video: 

15 maart 2021
Leerdoelen: 

Na het volgen van deze cursus:

  • kunt u de verschillende stemmingsstoornissen en de prevalentie hiervan bij ouderen noemen
  • bent u bekend met de risicofactoren van depressies bij ouderen
  • kunt u depressies bij ouderen met complexe gezondheidsproblematiek diagnosticeren
  • kent u de differentiële diagnostiek met andere stoornissen bij ouderen met complexe gezondheidsproblematiek
  • kunt u over- en onderbehandeling van depressies bij kwetsbare ouderen beperken, zeker ook bij patiënten met dementie
  • kunt u de mogelijke medicamenteuze interventies bij depressie bij ouderen beschrijven
Docent: 

dr. R.M. Kok

Rob Kok is als psychiater en epidemioloog werkzaam bij Parnassia Groep in Den Haag. Hij studeerde geneeskunde in Rotterdam en specialiseerde zich in de (ouderen-)psychiatrie in Den Haag en Leiden. In de jaren daarna werkte hij als psychiater bij Altrecht GGZ, waar hij ook onderzoek verrichtte naar de behandeling van depressie bij ouderen, waarop hij in 2008 is gepromoveerd aan de Universiteit Utrecht. Daarna heeft hij de opleiding tot klinisch epidemioloog afgerond. Sinds 2008 werkt hij als opleider ouderenpsychiatrie en onderzoekscoördinator ouderenpsychiatrie in Den Haag op het Klinisch Centrum Ouderen. Hij publiceert vooral over onderzoek bij ouderen met stemmingsstoornissen en met name ECT, alcoholproblematiek, schizofrenie, frailty en gedragsstoornissen bij dementie. Hij is lid van de redactie van nascholingstijdschrift Psyfar en was lid van meerdere richtlijncommissies, zoals die over probleemgedrag van Verenso. Daarnaast was hij voorzitter van de richtlijncommissie addendum ouderen bij de multidisciplinaire richtlijn depressie.

Disclosure: 
Geen belangenconflict gemeld.

Bel onze studieadviseurs
(030) 26 44 100

maandag 08:30–17:00
dinsdag 08:30–17:00
woensdag 08:30–17:00
donderdag 08:30–17:00
vrijdag 08:30–17:00

Partners