Cursusinformatie

Tanderosie

Informatie: 

Tanderosie wordt gedefinieerd als: ‘een voortschrijdend verlies van harde gebitsweefsels ten gevolge van chemische invloeden, zonder tussenkomst van bacteriën’. De verantwoordelijke zuren zijn afkomstig van andere bronnen, bijvoorbeeld voedingsmiddelen of maagsap. Zuren in voedingsmiddelen betreffen voornamelijk organische zuren. Ook zoutzuur (HCl), een sterk anorganisch zuur uit maagsap, kan door braken of door oprispingen in de mond terechtkomen. Chemisch gezien is tanderosie niets anders dan het in oplossing gaan van mineralen van de harde gebitsweefsels.

Deze cursus behandelt gebitsslijtage door erosie. We gaan in op de factoren die betrokken zijn bij erosie, de oorzaken van erosie, de bewustmaking van de patiënt van zijn eet- en drinkgewoonten, het gebruik van een voedingsdagboekje, het belang van speeksel en de adviezen die we patiënten kunnen geven.

 

6 juni 2020
Leerdoelen: 
  1. Begrijpen dat gebitsslijtage zowel veroorzaakt kan worden door fysische krachten, zoals kauwkrachten, als door chemische inwerking door zuren.
  2. Inzicht krijgen in de factoren die betrokken kunnen zijn bij het optreden van gebitsslijtage.
  3. Begrijpen dat bij gebitsslijtage allereerst de oorzaak moet worden opgespoord.
  4. Het bewust maken van een patiënt van voedings- en drinkgewoonten met betrekking tot tanderosie.
  5. Het interpreteren van een voedingsdagboekje in relatie tot het optreden van gebitsslijtage.
  6. Begrijpen waarom ook wijnproeven en wijnkeuren tanderosie kunnen veroorzaken.
  7. Begrijpen dat mondvloeistof noodzakelijk is om niet alleen tandcariës en mondinfectie te voorkomen en te bestrijden, maar ook om tanderosie tegen te gaan.
  8. Begrijpen waarom stimuleren van de speekselsecretie van belang is voor de totale mondgezondheid, ook om tandweefselverlies tegen te gaan en hoe de speekselsecretie verhoogd kan worden.
  9. Weten welke adviezen gegeven kunnen worden om gebitsslijtage tegen te gaan.
Auteur: 

prof. dr. A. van Nieuw Amerongen
Prof. dr. Arie van Nieuw Amerongen (1944) studeerde Biochemie aan de Vrije Universiteit, Amsterdam. In 1974 promoveerde hij op het proefschrift Hersen-specifieke glycoproteïnen. Vanaf dat jaar was hij universitair (hoofd)docent aan de Afd. Orale Biochemie, Faculteit Tandheelkunde, VU resp . ACTA, Amsterdam, en sinds 1990 hoogleraar Orale Biochemie bij ACTA, Amsterdam. Vanaf 1984 was hij hoofd van de afdeling Orale Biochemie, ACTA. Hij is gespecialiseerd in speeksel en mondgezondheid en tanderosie. Sinds 2008 is hij met emeritaat.Hij heeft als eerste auteur meer dan 100 artikelen gepubliceerd, als coauteur meer dan 200. Hij is auteur of medeauteur van verscheidene boeken over speeksel en mondgezondheid. Hij heeft 8 patenten op zijn naam staan en heeft meer dan 20 promovendi begeleid.

Bel onze studieadviseurs
(030) 26 44 100

maandag 08:30–17:00
dinsdag 08:30–17:00
woensdag 08:30–17:00
donderdag 08:30–17:00
vrijdag 08:30–17:00