Cursusinformatie

Medicatie bij nierfunctiestoornissen

Informatie: 

De apotheker is erkend als behandelaar van de patiënt. Een belangrijke taak van de apotheker is de medicatiebewaking, in de breedste zin van het woord. Een lacune in deze bewaking is dat de apotheker vaak niet op de hoogte is van indicaties waarvoor geneesmiddelen worden voorgeschreven. Contra-indicaties zoals astma en diabetes mellitus zijn eenvoudig af te leiden uit de medicatie, maar voor echt goede medicatiebewaking op het gebied van nierfunctiestoornissen zijn gegevens van artsen en andere zorgverleners in de keten nodig.
Een positieve ontwikkeling is dat het voor een aantal geneesmiddelen sinds december 2011 verplicht is om de indicatie op het recept te vermelden. Daarnaast kan de apotheker – nadat de patiënt daartoe desgevraagd toestemming heeft gegeven – een aantal laboratoriumwaarden aan de betreffende arts vragen. Zo kunnen apothekers nog beter hun taak als behandelaar oppakken, in het belang van de veiligheid van de patiënt.

In het HARM-onderzoek (Hospital Admissions Related to Medication) is een verminderde nierfunctie als onafhankelijke risicofactor geïdentificeerd. De huidige medicatiebewaking op verminderde nierfunctie in de zorgketen schiet blijkbaar tekort. Tegenwoordig is de nierfunctie vaak alleen structureel bekend bij de behandelend arts en het klinisch laboratorium, hoewel een meerderheid van de apothekers aangeeft wel enige beschikking over nierfunctiewaarden te hebben. Momenteel heeft een groeiend aantal apotheken toegang tot nierfunctiewaarden. De KNMP voert actief beleid om dit te verbeteren. Zo is een groep pilotapotheken onder begeleiding van de KNMP gestart om de uitwisseling van nierfunctiewaarden naar ‘Zwols model’ op te zetten. In Zwolle vindt namelijk al enkele jaren een continue uitwisseling plaats tussen het laboratorium en alle apotheken. Dit wordt gedragen door alle zorgverleners in de keten (zie hier).

Op de website van de KNMP staat informatie voor kennisdeling van specialist, huisartsen en apothekers over nierfunctiewaarden. Met de toolkit kunnen zorgverleners een regionaal nierfunctieproject opstarten om te komen tot medicatiebewaking op basis van nierfunctiewaarden en de daarbij behorende begeleiding van personen met een verminderde nierfunctie. Hierdoor worden ongewenste medicatiegerelateerde effecten voorkomen. De toolkit bestaat uit een plan van aanpak, voorbeeldprotocollen, een privacyhandleiding, et cetera.
Op steeds meer plaatsen wordt op dit gebied samenwerking gezocht en worden initiatieven ontplooid om door uitwisseling van gegevens tussen artsen, laboratoria en apothekers, de medicatiebewaking bij nierfunctiestoornissen te verbeteren. 

Deze cursus, met vaak voorkomende praktijksituaties, biedt een goede opstap om de benodigde basiskennis op te doen voor de samenwerking op dit gebied.

De cursus is geredigeerd naar het niveau van de farmaceutisch consulent door M. Vermeulen, farmaceutisch consulent.

Preview video: 

28 februari 2020
Leerdoelen: 

Na het doorlopen van deze cursus:

  • kunt u de geneesmiddelen onderscheiden die een grote kans op problemen geven bij verminderde nierfunctie
  • kunt u de GFR (glomerulaire filtratiesnelheid) van de nieren berekenen uit het serumcreatinine en kent u de beperkingen van de voornaamste formules die hiervoor worden gebruikt
  • kunt u, met inachtneming van de relevante Medisch Farmaceutische Beslisregels, artsen concreet adviseren wanneer een voorgeschreven geneesmiddel een contra-indicatiemelding geeft bij een patiënt met verminderde nierfunctie
  • kunt u de deskundigheid van het apotheekteam bevorderen op het gebied van nierfunctiestoornissen en geneesmiddelen
  • kunt u patiënten adviseren over medicijnen en nierproblemen
Auteur: 

prof. (em.) dr. J.M.A. Sitsen

Prof. dr. J.M.A. (Ad) Sitsen is in 1970 afgestudeerd in de farmacie aan de Universiteit Utrecht. In 1972 promoveerde hij op een farmacochemisch onderwerp. Hij studeerde geneeskunde, ook aan de Rijksuniversiteit te Utrecht, diploma in 1980 behaald.
Tot begin 2004 was hij bij NV Organon verantwoordelijk voor de klinische ontwikkeling van nieuwe psychotrope stoffen, in het bijzonder antidepressiva. Van 1989 tot 2006 was hij tevens deeltijd-hoogleraar klinische farmacologie aan de Faculteit Geneeskunde van de Universiteit Utrecht. Hij is lid van een aantal Nederlandse en internationale wetenschappelijke verenigingen. Hij was lid van de Gezondheidsraad alsmede van de redactie van het Pharmaceutisch Weekblad en publiceerde artikelen, rapporten en boeken op het gebied van klinische farmacologie en farmacotherapie. Hij is tegenwoordig adviseur van enkele farmaceutische bedrijven en betrokken bij nascholingscursussen.

Bel onze studieadviseurs
(030) 26 44 100

maandag 08:30–17:00
dinsdag 08:30–17:00
woensdag 08:30–17:00
donderdag 08:30–17:00
vrijdag 08:30–17:00